Basisinformatie

  Basisinformatie

In tegenstelling tot een geboord gat (evt. fijngeponst gat) heeft een geperforeerd gat geen cilindrische doorsnede over zijn volle lengte.

Aan de inloopzijde van de nippel op de plaat is altijd min of meer een inloopzone aanwezig (vervorming van het materiaal). Aan de uitloopzijde (= matrijszijde) is altijd een braam aanwezig.

Afhankelijk van het materiaal (taai of bros, hard of zacht, enz.) en afhankelijk van de snijspeling (speling tussen nippel en matrijsgat) zullen de lengten van de drie genoemde zones variëren en zal ook de uitbreekdiameter groter of kleiner zijn. Hoe harder en brosser het materiaal, hoe langer de uitbreekzone. Hoe taaier en zachter het materiaal, hoe langer de snijzone.

Het kleinst te perforeren gat hangt hoofdzakelijk af van de materiaaldikte en de materiaalsoort. Als vuistregel geldt, dat de gatdiameter niet kleiner kan zijn dan de plaatdikte. Hoe meer de diameter/dikteverhouding deze ondergrens nadert, hoe hoger de belasting van het gereedschap wordt en hoe groter de kans op gereedschapbreuk. Tevens zal daarmee de materiaalvervorming en spanning in de plaat nadelig worden beïnvloed.

  Perforatiesoorten
   
 
Perfox bv

T.  0598 66 66 54
F.  0598 66 66 50
M.  info@perfox.com