Gatdiameter van geperforeerde plaat, gatdiameter w, gatlengte l
Gatdiameter w = kleinste maat voor de gatdiameter , diameter van de ronde perforatie en afstand tusen de zijkanten van een vierkantperforatie en de afstand tussen de breedte van een sleufgat.
Gatlengte l = lengte van het sleufgat.
Let op: de technische realiseerbaarheid van een gatdiameter is afhankelijk van de dikte en het soort materiaal.
Richtlijn voor staal, aluminium en vergelijkbare materiaalsoorten: de gatdiameter mag niet kleiner zijn dan de materiaaldikte ( verhouding 1:1 ). Voor RVS en andere hoogwaardige stalen is die verhouding ongunstiger. In bepaalde gevallen kan van de genoemde verhouding afgeweken worden. Dit moet dan wel vooraf op technische haalbaarheid gecontroleerd worden.
Voorbeeld van een geperforeerd gat
Gestanste platen geven normaal gesproken een licht konische perforatie gat
Om deze reden mag de verhouding tussen de hier verderop genoemde dambreedte c en plaatdikte s niet kleiner zijn dan 1. Anders bestaat het gevaar dat de dammen tussen de gaten breken. Door het konische perforatie gat kan in het bijzonder bij zeefplaten de kans op verstopping van de gaten verminderd worden.
Aantal gaten: steek t, dambreedte c
Om de afstand tussen twee gaten aan te geven worden een tweetal begrippen gebruikt:
Steek t: de steek t wordt gedefinieerd als afstand van midden gat tot midden gat tussen twee naast elkaar gelegen gaten.
Dambreedte c: Dit is de benaming voor de ongeperforeerde tussenruimte tussen twee naast elkaar gelegen gaten.
Dit betekent : t = w + c
Bij sleufperforaties praat men over kop en zij steek.
Richtlijn: voor de dambreedte c geldt de zelfde verhouding met materiaaldikte s zoals bij gatdiameter w ( verhouding dambreedte c ten opzichte van materiaaldikte s : ca. 1:1). Ook hier zijn afhankelijk van materiaalsoort s, gatdiameter w en steek t verhoudingen kleiner dan 1 mogelijk.
Geperforeerde plaat en braamvorming
Aan de uitbreekzijde van de stempel ontstaat een braam die niet te voorkomen is. De mate waarin de braamvorming optreed is afhankelijk van de materiaalsoort, de toleranties op het gebruikte gereedschap de mate waarin het gereedschap gesleten is en diverse andere factoren.
Met onze perforeergereedschappen wordt weliswaar braamarm geperforeerd, maar absolute braamloze platen kunnen alleen door middel van borstelen of slijpen gegarandeerd worden.
Geperforeerde plaat en zeefrichting
De zeefrichting speelt speciaal in het geval van zeefplaten een belangrijke rol. De zeefrichting geeft de richting aan waarin het te zeven product over de zeef gevoerd wordt. Het beste zeefresultaat wordt bereikt wanneer de verspringende gaten dwars op de zeefrichting van het te zeven product staan.
De zeefrichting wordt in DIN 420141 en 4185 duidelijk gedefinieerd. De zeefrichting loopt altijd parallel met de buitenmaat a1.
Vrije doorlaat, geperforeerd oppervlak
Het geperforeerd oppervlak van een geperforeerde plaat wordt ook vaak aangeduid met vrije doorlaat of het doorlaatpercentage. Hieronder verstaat men het percentage gaten t.o.v. het geperforeerd oppervlak zonder randen.
De vrije doorlaat is belangrijk voor het afzeven van producten maar ook voor de berekening van de maximale belasting en gewichtsbesparing.
Ongeperforeerde randen, stroken of zones
Met ongeperforeerde rand word de afstand tussen de buitenmaat van de plaat en de eerste rij gaten aan gegeven. De ongeperforeerde rand wordt bepaald door de steekmaat van het gebruikte gereedschap en de plaatafmeting.
Als alternatief voor de exacte opgave van de ongeperforeerde rand, word in de praktijk vaak het begrip “kleine blinde rand “gebruikt. Aan de hand van het te gebruiken perforeergereedschap wordt de kleinst mogelijke rand bepaald.
Geperforeerde platen waarbij geen blinde rand gewenst is, worden vanuit grotere plaatafmetingen geknipt of vanaf de breedpers van Coil op lengte geknipt.
Ongeperforeerde stroken en zones kunnen doormiddel van het varieren in gereedschappen, het besturen van gereedschappen of het opnieuw opspannen van het materiaal gerealiseerd worden. Hierbij dient wel extra aandacht besteed te worden aan de eventuele spanning die in het materiaal wordt opgebouwd.
Vlakheid en sabelvormigheid van geperforeerde plaat
Vlakheid:
Geperforeerde platen worden in de regel 1x doormiddel van een richtwals gevlakt om daarmee aan de in de DIN norm aangegeven vlakheids tolerantie te voldoen.
Als gevolg van
- Ongelijke grote ongeperforeerde langsranden
- Ongeperforeerde zones of stroken
- Groot doorlaatpercentage
- Bepaalde materiaalsoorten
zijn restspanningen in het materiaal nooit helemaal uit te sluiten. In deze gevallen zullen afspraken gemaakt moeten worden met betrekking tot de gewenste vlakheid en de eventuele hieraan verbonden extra kosten.
Sabelvormigheid:
Bij geperforeerde platen met onderling verschillende grote ongeperforeerde langsranden kan sabelvormigheid ontstaan. De mate van sabelvormigheid is afhankelijk van de materiaalsoort, materiaaldikte, de lengte en breedte van het product als ook de vrije doorlaat.
Hoewel de sabelvormigheid door middel van het naknippen van de bewuste platen te verhelpen is, is dat met het geperforeerd oppervlak niet mogelijk. Ook hier zal men duidelijk vast moeten leggen welke toleranties toelaatbaar zijn.
Begin en eindranden
Gezien de opbouw van de perforeergereedschappen worden stempels en matrijzen in grotere afstand dan de onderlinge steek van de gaten opgebouwd. Hierdoor ontstaat een perforatie patroon met onvolledige eindrijen ( dubbel verspringend ), pas na 2 slagen op de pers onstaat het volledige perforatiebeeld.
In gevallen waarbij al bij de eerste slag een volledig perforatiebeeld ( normaal verspringend ) gewenst is, moet daar in de aanvraag fase op gewezen worden.
Perfox B.V.
Adriaan Tripweg 13
NL-9641 KN Veendam
Tel +31 598/6666 42
Fax +31 598/6666 50
info(at)perfox.com
www.perfox.com






